Bedrijventerrein Ter Vlucht Ardooie Voorschriften


Download Voorschriften Bedrijventerrein Ardooie:
- bedrijventerrein-Voorschriften-TerVlucht(.pdf)


Stedenbouwkundige voorschriften voor het bedrijventerrein “Ter Vlucht”

Uittreksel uit de voorschriften bij het GRUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Roeselare”

Artikel 22. Gemengd regionaal bedrijventerrein

22.1 Het bedrijventerrein is bestemd voor bedrijven van regionaal belang met de volgende hoofdactiviteiten:

Productie, opslag en verwerking van goederen,

Productie van energie,

Onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten. Daarnaast zijn volgende activiteiten toegelaten:

Op- en overslag, voorraadbeheer, groepage, fysieke distributie en groothandel,

Afvalverwerking met inbegrip van recyclage, met uitzondering van het gebied tussen de Onledebeek en de Krommebeek;

Veewerking en bewerking van mest en slib, met uitzondering van het gebied tussen de Onledebeek en de Krommebeek;

Verwerking en bewerking van grondstoffen met inbegrip van delfstoffen.

Volgende activiteiten zijn niet toegelaten:

Kleinhandel,

Agrarische productie,

Autonome kantoren.

In het gebied tussen de Onledebeek en de Krommebeek is afvalverwerking met inbegrip van recyclage, verwerking en bewerking van mest en slib niet toegelaten, alsook inrichtingen die vallen onder de toepassing van het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse

Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken zijn.

22.2Gemeenschappelijke en complementaire voorzieningen inherent aan het functioneren van het gemengd regionaal bedrijventerrein zijn toegelaten.

22.3Kantoren en toonzalen met beperkte vloeroppervlakte, ondergeschikt en gekoppeld aan de productieactiviteit van individuele bedrijven zijn toegelaten voor zover deze activiteiten geen loketfunctie hebben en geen autonome activiteiten uitmaken. De toonzalen mogen maximum 10% van de gelijkvloerse bebouwde oppervlakte innemen ongeacht op welk niveau de toonzalen worden ingericht en de toonzaaloppervlakte mag maximaal 500m² zijn.

22.4Inrichtingen voor de huisvesting van bewakingspersoneel van maximaal 200 m² vloeroppervlakte, geïntegreerd in het bedrijfsgebouw, zijn toegelaten. Indien het noodzakelijk is voor de veiligheid van het bewakingspersoneel is de niet-integratie toegelaten.

22.5De minimale perceelsoppervlakte bedraagt 5000m².

Uitzonderingen zijn toegestaan voor

Percelen met bestaande stedenbouwkundig vergunde bedrijfsgebouwen binnen de zone

Percelen met bedrijven die gemeenschappelijke en complementaire voorzieningen verzorgen

Percelen met bedrijfsverzamelgebouwen

Percelen aangeduid in overdruk zoals bepaald in artikel 22.8 en 22.9

Een beperkt aantal percelen die omwille van de globale inrichting van het bedrijventerrein een kleinere terreinoppervlakte verkrijgen

22.6 In het gebied zijn eveneens toegelaten, voor zover de hoofdbestemming niet in het gedrang komt, voor zover in overeenstemming met of aangewezen in de watertoets, alle werken, handelingen en wijzigingen in functie van het bereiken van de randvoorwaarden die nodig zijn voor het behoud van de watersystemen en het voorkomen van wateroverlast buiten de natuurlijke overstromingsgebieden toegelaten voor zover de technieken van de natuurtechnische milieubouw gehanteerd worden.


Stedenbouwkundige voorschriften voor het bedrijventerrein “Ter Vlucht”

Uittreksel uit de voorschriften bij het GRUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Roeselare”

22.7 Tot een vergunning verleend is voor de realisatie van de bestemming zijn per perceel de handelingen, voorzieningen en inrichtingen toegelaten die nodig of nuttig zijn voor de landbouwbedrijfsvoering van de bestaande landbouwbedrijven, voor woningen, en voor de bestaande bedrijven met aan de landbouw toeleverende, verwerkende en dienstverlenende activiteiten.

(aanduiding in overdruk)


22.11 Tussen de bedrijven en de aangrenzende zones wordt in een buffer voorzien. De buffer moet voldoen aan de voorwaarden van visuele afscherming, geluidsafscherming, landschappelijke inpassing en afstand.

De buffer wordt beplant met streekeigen struiken en hoogstammige bomen met het oog op het bufferen van de bedrijfsactiviteiten ten opzichte van de aanliggende functies.

Alleen werken en handelingen met het oog op de aanleg en het onderhoud van de buffer zijn toegelaten. Uiterlijk in het plantseizoen dat volgt op het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning, na de inwerkingtreding van dit ruimtelijk uitvoeringsplan, moet de zone voor buffer aangelegd en beplant zijn. Mits de buffer blijft voldoen aan bovenstaande bepalingen, zijn tevens werken en handelingen mogelijk in functie van waterbeheersing.